De Gerechtelijke Politie bij de Parketten was verdeeld over 22 brigades, verspreid over de 27 gerechtelijke arrondissementen van Belgie. Elke brigade stond onder leiding van een Hoofdcommissaris die de dagelijkse operaties coordineerde en verantwoording aflegde aan zowel de Commissaris-generaal als de lokale procureur des Konings. De combinatie van centrale sturing en lokale verankering was een kenmerk van de organisatiestructuur van het korps.
De verdeling over 22 brigades bij 27 gerechtelijke arrondissementen betekende dat sommige brigades bevoegd waren voor meer dan een arrondissement. Dat was met name het geval in regio's met een geringere bevolkingsdichtheid, waar de caseload niet groot genoeg was om een volwaardige brigade per arrondissement te rechtvaardigen. Omgekeerd was de brigade van Brussel veruit de grootste, met bijna de helft van het totale korps ondergebracht in de hoofdstad.
De Brusselse brigade als referentiepunt
De omvang van de Brusselse brigade hing samen met de specifieke positie van de hoofdstad. Brussel was niet alleen de grootste stad van het land, maar ook het centrum van het nationale en internationale politieke leven, de zetel van de meeste internationale instellingen en het knooppunt van financiele en commerciele activiteit. Die kenmerken brachten specifieke criminaliteitsvormen met zich mee: politieke aanslagen, diplomatieke incidenten, internationale fraudezaken en kunstdiefstallen kwamen disproportioneel vaak voor in of nabij de hoofdstad.
Bovendien fungeerde de Brusselse brigade als aanspreekpunt voor buitenlandse politiediensten. In een tijd voor geformaliseerde internationale politiesamenwerking via organen als Interpol en later Europol, verliep de uitwisseling van inlichtingen tussen nationale politiediensten grotendeels via bilaterale contacten. De Gerechtelijke Politie van Brussel vervulde daarin een spilfunctie, zowel voor het doorgeven van informatie uit het buitenland aan de Belgische diensten als voor het beantwoorden van buitenlandse vragen.
Specialisatie binnen de brigades
Naast de algemene opsporingstaken ontwikkelden de brigades in de loop der jaren specialisaties die aansloten bij de specifieke kenmerken van hun werkgebied. De brigade van Antwerpen ontwikkelde een bijzondere expertise in havengebonden criminaliteit: smokkel van goederen, valse douanedocumenten en georganiseerde misdaad met internationale vertakkingen. De brigade van Luik was gespecialiseerd in grensoverschrijdende criminaliteit, mede door de ligging van het arrondissement aan de grens met Nederland en Duitsland.
Die regionale specialisaties werden gecombineerd met de centrale expertise die beschikbaar was via het Commissariaat-generaal in Brussel. Wanneer een brigade te maken kreeg met een zaak die haar capaciteiten of expertise oversteeg, kon zij een beroep doen op de gespecialiseerde centrale diensten: de Nationale Brigade (BNB), de dienst ter bestrijding van economische en financiele criminaliteit (CDGEFID) en de dienst voor de bestrijding van corruptie (CDBC).
De overgang naar 2001
Met de politiehervorming van 2001 werden de 22 brigades van de Gerechtelijke Politie omgevormd tot de gedeconcentreerde directies van de Federale Gerechtelijke Politie. Het aantal directies werd herleid tot 14, een gevolg van de herindeling van de gerechtelijke arrondissementen. De historische archieven van de brigades zijn vandaag toegankelijk via het Rijksarchief in Belgie, dat beschikt over de dossiers van verschillende brigades, waaronder de grote collectie van de Brusselse brigade met documentatie over de periode 1921-1976. Wat er na 2001 met de fysieke brigadegebouwen en het vastgoed van de GPP is gebeurd, komt in een apart artikel aan bod.
Meer informatie over de organisatie en opdrachten van de Gerechtelijke Politie is beschikbaar op de informatiepagina van deze archiefwebsite.