Archiefwebsite  |  De Gerechtelijke Politie is in 2001 opgegaan in de Federale Politie. De informatie op deze website is van historische aard en niet meer actueel.
Archiefpagina

De Gerechtelijke Politie

Historische informatie over de Gerechtelijke Politie bij de Parketten, opgericht in 1919 en opgeheven in 2001.

Home De Gerechtelijke Politie

De Gerechtelijke Politie en de parketten

De Gerechtelijke Politie bij de Parketten (GPP) werd opgericht bij wet van 7 april 1919, kort na het einde van de Eerste Wereldoorlog. De directe aanleiding was de onveiligheid die na de oorlog heerste in grote delen van Belgie. Rondtrekkende, gewelddadige dievenbendes maakten bepaalde streken onveilig en zorgden voor een ware angstgolf bij de bevolking. Dit naoorlogse machtsvacuum maakte de oprichting van een gespecialiseerd politiekorps dat over de gemeentegrenzen heen kon opereren noodzakelijk.

De Gerechtelijke Politie bij de Parketten was naast de Gemeentepolitie en de Rijkswacht een van de drie algemene politiediensten in Belgie. In tegenstelling tot de andere twee korpsen, die ook preventieve en administratieve politietaken uitvoerden, had de Gerechtelijke Politie uitsluitend een gerechtelijke bevoegdheid. Dat wil zeggen dat het korps in principe pas tussenkwam nadat een misdaad of wanbedrijf was gepleegd. Eenmaal ingeschakeld, verzamelde het bewijzen, lichtte het de bevoegde autoriteiten in, hield het de daders aan en stelde hen ter beschikking van de overheid.

De wet op de Gerechtelijke Politie van 7 april 1919 regelde de organisatie en de opdrachten van het korps. Overeenkomstig die wet beschikten de circa 1.400 speurders van de Gerechtelijke Politie over een bevoegdheid die zich uitstrekte over het gehele Belgische grondgebied. Daarmee onderscheidde het korps zich wezenlijk van de gemeentepolitie, die slechts bevoegd was binnen de grenzen van de eigen gemeente.

Voogdij van het Ministerie van Justitie

De exclusieve voogdij die het Ministerie van Justitie uitoefende over de Gerechtelijke Politie bij de Parketten was het gevolg van de specifieke aard van de opdrachten van het korps. Justitie bepaalde dan ook de modaliteiten en regels van haar organisatie en werking. De vijf Procureurs-generaal, de hoogste magistraten van het Openbaar Ministerie in de rechtsgebieden van hun respectievelijke Hoven van Beroep, voerden gezag en hielden toezicht. De Procureurs des Konings hadden de juridische leiding op het niveau van de 27 gerechtelijke arrondissementen.

De exclusieve voogdij van Justitie over de GPP was niet zonder spanningen. Zowel het Ministerie van Binnenlandse Zaken als de gemeentelijke overheden betwistten soms de bevoegdheidsafbakening. De parlementaire debatten over de politiehervorming die in de jaren 1990 plaatsvonden, hadden voor een groot deel te maken met deze institutionele versnippering en de moeilijkheden die ze veroorzaakte voor efficiente samenwerking tussen de drie korpsen.

Organisatie: 22 brigades

Elk van de 22 brigades stond onder de functionele en operationele leiding van een Hoofdcommissaris. Die was verantwoordelijk voor de dagelijkse werking van zijn brigade, zonder daarbij afbreuk te doen aan de bevoegdheid van de Commissaris-generaal van de gerechtelijke politie. De Commissaris-generaal was het hoofd van het korps en was onder andere belast met de coordinatie, de logistieke ondersteuning en het uitstippelen van het algemeen beleid in overleg met de Procureurs-generaal.

Binnen het commissariaat-generaal (COMGEN) in Brussel bevonden zich drie centrale diensten:

  • De Nationale Brigade (BNB), belast met de coordinatie van bijzondere opsporingsoperaties op nationaal niveau
  • De Centrale Dienst ter Bestrijding van de Economische en Financiele Delinquentie (CDGEFID), gespecialiseerd in economische en financiele criminaliteit
  • De Centrale Dienst voor de Bestrijding van de Corruptie (CDBC), bevoegd voor corruptiedossiers met een politieke of institutionele dimensie

De wetenschappelijke en technische politie in Belgie viel eveneens onder de bevoegdheid van de Gerechtelijke Politie. Iedere brigade beschikte over een eigen labo dat samenwerkte met een nationaal laboratorium, het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie. Ongeveer 200 medewerkers waren hiermee belast en hun opdracht zou in de nabije toekomst zeker nog aan belang winnen.

Fusie tot Federale Politie (2001)

Op 1 januari 2001 fusioneerde de Gerechtelijke Politie bij de Parketten met de Rijkswacht en de algemene diensten van de Gemeentepolitie tot de huidige Federale Politie. De gerechtelijke taken werden overgenomen door de Federale Gerechtelijke Politie (DGJ), die sindsdien opereert vanuit een centraal hoofdkwartier in Brussel en via 14 gedeconcentreerde directies verspreid over de gerechtelijke arrondissementen.

Voor actuele informatie over de Federale Gerechtelijke Politie verwijst de archiefdienst naar de website van de Federale Politie.

Noot van de archiefdienst De informatie op deze pagina is gebaseerd op de originele inhoud van GPJ.be zoals die beschikbaar was in de periode 1997-2001. De gegevens zijn van historische aard en weerspiegelen de situatie voor de politiehervorming van 2001.