Het VTM-programma Oproep 2020 was in de late jaren 1990 een van de bekendste televisieprogramma's in Vlaanderen. Wekelijks kwamen onopgeloste zaken aan bod, ingediend door de Gerechtelijke Politie, de Gemeentepolitie en de Rijkswacht. De samenwerking tussen de televisiezender en de politiediensten was een primeur in Belgie en leverde volgens de betrokken onderzoekers concrete resultaten op.
Het concept van het programma sloot aan bij een internationale tendens waarbij politiediensten de media inschakelden als verlengstuk van hun opsporingswerk. In andere landen, met name in Nederland en het Verenigd Koninkrijk, bestonden al langer vergelijkbare formules. In Belgie was Oproep 2020 echter een pionier: een gestructureerd en regelmatig televisieprogramma waarbij de drie grote politiekorpsen gezamenlijk optraden was nieuw.
De selectie van dossiers
Niet elk onopgelost dossier was geschikt voor behandeling in het programma. De betrokken politiediensten selecteerden zaken op basis van een aantal criteria. De zaak moest voldoende oud zijn om te vermijden dat de televisie-uitzending een lopend gerechtelijk onderzoek zou doorkruisen, maar ook niet zo oud dat getuigen en betrokkenen niet langer bereikbaar of aanspreekbaar waren. Daarnaast speelde de beschikbaarheid van beeldmateriaal een rol: zaken waarbij foto's of video-opnames beschikbaar waren van verdachten of van gestolen voorwerpen, leenden zich beter voor het televisieformat.
De Gerechtelijke Politie leverde voornamelijk zaken aan die betrekking hadden op ernstige misdrijven waarbij het speurwerk was vastgelopen, ondanks grondige onderzoeksinspanningen. Kunstdiefstallen waren daarin een categorie die regelmatig terugkeerde. Gestolen kunstwerken circuleren vaak jarenlang op de clandestiene markt voordat ze opduiken, en publiciteit via televisie kon dat proces soms versnellen.
Publieke respons en resultaten
Het programma genereerde een aanzienlijke publieke respons. Na elke uitzending kwamen er tientallen tot honderden telefoontjes binnen bij de betrokken politiediensten, van kijkers die meenden informatie te hebben over de getoonde zaken. Het overgrote deel van die meldingen leidde niet tot concrete resultaten, maar een klein percentage was waardevol genoeg om het onderzoek een nieuwe richting te geven.
De meldingen werden in eerste instantie opgevangen door medewerkers die speciaal voor de afhandeling van de programmarespons waren aangesteld. Waardevolle informatie werd doorgespeeld aan de onderzoeksteams, die vervolgens beoordeelden of en hoe die informatie kon worden gebruikt in het kader van het gerechtelijk onderzoek. De vertrouwelijkheid van de meldingen en de anonimiteit van de melders werden daarbij strikt gerespecteerd.
Een erfenis die bleef
Oproep 2020 liep tot vlak voor de politiehervorming van 2001. Met de fusie van de drie politiekorpsen verdween de institutionele basis voor de specifieke samenwerking die het programma had mogelijk gemaakt. De nieuwe Federale Politie zette de samenwerking met de media voort, maar in een andere organisatorische context.
De archieven van de GPP, bewaard door het Rijksarchief in Belgie, bevatten ook de dossiers die destijds voor Oproep 2020 werden aangeleverd. Die archieven zijn vandaag een waardevolle bron voor historisch onderzoek naar de Belgische politiegeschiedenis en de ontwikkeling van de samenwerking tussen politie en media. Het volledige overzicht van de Oproep 2020-dossiers die door de Gerechtelijke Politie werden aangebracht, is te raadplegen op de archiefpagina van deze website.